Let op! In week 52 is ons kantoor gesloten! Uiteraard kunt u gewoon online blijven bestellen. Vanaf 2 januari is ons kantoor weer geopend.
Een aantal afhaallocaties zijn gesloten. Lees hier meer.

Algemene informatie

Onderstaand vind u meer informatie over enkele en isolerende beglazing. Voor meer informatie over de andere (glas)producten verwijzen wij u naar de betreffende productcategorieën.

Enkelglas

Veiligheidsglas

Inbraakwerende beglazing

Isolatieglas

Isoleren = Ventileren

Veel voorkomende klachten bij gebruik van isolerende beglazing

Gewicht van glas

Garantie

Inmeet- en montagehandleiding beglazing

 


 

Enkelglas

Enkelglas, de naam zegt het eigenlijk al. Enkel glas is een enkel glasblad welke voor diverse doeleinden kan worden toegepast. Vroeger was enkel glas de meest voorkomende beglazing. Tegenwoordig word enkel glas vooral toegepast in isolerende beglazing.

Enkele beglazing is in 'ontelbaar' veel verschillende samenstellingen verkrijgbaar. Op Glasdiscount.nl staan de meest voorkomende samenstellingen weergegeven. Op onze website vind u onder meer veiligheidsglas, figuurglas, brandwerend glas en gekleurd glas. Enkele beglazing kan in vele toepassingen voorkomen zoals keukenachterwanden, douche deuren en wanden, binnendeuren, schuifdeuren en daken (veranda, serre, lichtstraat). Zoekt u een samenstelling die niet op Glasdiscount.nl vermeld staat, dan verzoeken wij u contact met ons op te nemen.

U bent zelf verantwoordelijk voor het naleven van de wettelijke normen en regelgeving. Meer informatie over veiligheidsglas kunt u vinden in de paragraaf 'Veiligheidsglas'.

< terug

Veiligheidsglas

Veiligheidsglas of veiligheidsbeglazing, ook wel letsel werende beglazing genoemd, is de algemene benaming voor glas dat een letsel werend breukpatroon heeft. Standaard glas oftewel floatglas heeft de eigenschap dat er bij breuk grote scherpe scherven ontstaan. Dit breukgedrag kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel zoals gevaarlijke snijwonden. Er zijn ook glassoorten waar bij breuk geen risico is op ernstig letsel. Deze glassoorten hebben een letsel werend breukpatroon. De drie meest voorkomende soorten veiligheidsglas worden onderstaande verder toegelicht.

U bent zelf verantwoordelijk voor het naleven van de wettelijke normen en regelgeving. U kunt ongevallen voorkomen door op de juiste plaats veiligheidsglas toe te passen. Voorkomen is beter dan genezen!
Voor het toepassen van veiligheidsglas is er een norm, de NEN 3569. Deze norm beschrijft exact waar en welk soort veiligheidsglas toegepast moet worden. Aan de hand van deze norm kunt u gemakkelijk zelf bepalen of in uw woning veiligheidsglas moet worden toegepast. Voor uw woning geld dat wanneer de onderzijde van het glas zich tussen de 0 en 85 cm vanaf de vloer bevindt, dit veiligheidsglas dient te zijn. Tevens moet bij alle balustrades, dakramen, daklichten en dak beglazing (bijvoorbeeld in serres) veiligheidsglas toegepast worden.

In de folder NEN 3569- Toelichting van het Kenniscentrum Glas vindt u meer informatie over de NEN 3569 in begrijpelijke taal. Indien u advies nodig heeft bij de keuze van uw beglazing, neem dan contact met ons op.

Gehard glas

Gehard glas is floatglas dat thermisch is behandeld. Het glas wordt eerst verhit bij meer dan 600°Cen vervolgens bij een zorgvuldig gecontroleerde snelheid snel afgekoeld. Hierdoor krijgt het glas zijn speciale eigenschappen. Bij breuk valt gehard glas in kleine veilige korrels uiteen die geen ernstig letsel veroorzaken. Het voordeel van gehard glas is dat het ook bestand is tegen grotere temperatuurverschillen dan “gewoon” floatglas.
Toepassingsvoorbeelden zijn: zijruiten van auto’s, bushokjes, hardglazen deuren, etc. 

Gelaagd glas

PVB gelaagd glas: PVB gelaagd glas bestaat uit minimaal 2 glasbladen met daartussen een PVB (PolyVinylButyral) folie. Deze folie zorgt ervoor dat bij breuk het glas bij elkaar wordt gehouden. Hierdoor ontstaan er bij breuk geen gevaarlijke scherven en is er dus geen risico op ernstig letsel. PVB gelaagd glas heeft als voordeel dat de ruit bij breuk niet uiteen valt, maar één geheel blijft. Hierdoor ontstaat er bij breuk dus ook geen grote opening.
Een voorbeeld van de weergave van gelaagd glas is 44.2. Deze gelaagde ruit bestaand uit 2 glasbladen van 4 mm met daartussen 2 PVB-lagen van ca. 0,38 mm.
Toepassingsvoorbeelden zijn: glazen daken, inbraak vertragende beglazing, etc.

Draadglas

Draadglas is in beperkte mate een veiligheidsglas. De ingelegde draden zorgen ervoor dat bij breuk het glas bij elkaar gehouden wordt. Maar omdat er bij draadglas bij een grote stootbelasting toch een opening ontstaat is er toch kans op ernstig letsel, Draadglas mag dus enkel in beperkte situaties als veiligheidsglas toegepast worden. De Nederlandse norm NEN 3569 omschrijft duidelijk in welke situaties draadglas als veiligheidsglas voldoet.

< terug

Inbraak werende beglazing

Beveiligingsglas of inbraak werend glas is gelaagd veiligheidsglas, waar bij breuk geen opening in het glas ontstaat. Door het gebruik van méér folies en méér glasbladen, kan het glas een steeds grotere beveiliging bieden en zelfs praktisch ondoordringbaar worden. Beveiligingsglas is in diverse klassen (mate van inbraakwering) verkrijgbaar. Deze klassen zijn vastgelegd in de norm EN 356. Voor woningen hanteert men de volgende klassen:

  • P2A/P3A Standaard inbraak werende beglazing
  • P4A          Zwaar inbraak werende beglazing
  • P5A          Extra zwaar inbraak werende beglazing

In de folder NEN 3569- Toelichting van het Kenniscentrum Glas vindt u meer informatie over de NEN 3569 in begrijpelijke taal.

< terug

Isolatieglas

Isolerende beglazing bestaat uit minimaal twee glasbladen die op een bepaalde afstand van elkaar luchtdicht met elkaar zijn verbonden. Hierdoor ontstaat een isolerende ruimte (de spouw). De spouw wordt gevuld met droge lucht of een gas. Isolerende beglazing wordt toegepast in kozijnen, ramen en deuren van gebouwen voor een betere warmte- en geluidsisolatie. Daarbij is isolerende beglazing beter inbraak werend dan enkele beglazing.

De opbouw van isolerende beglazing wordt als volgt omschreven: buitenblad - spouw - binnenblad. Een benaming van 5-15-4 betekend dan een buitenblad van 5 mm dikte, een spouw van 15 mm en een binnenblad van 4 mm dikte. Bij beglazing waarbij het binnenblad en het buitenblad van gelijke dikte zijn (bijvoorbeeld 4-15-4) kan interferentie optreden. Dit uit zich in een 'wiebelig' beeld en eventueel 'dubbel zien'. Het is daarom aan te bevelen om te kiezen voor een ongelijke samenstelling (bijvoorbeeld 5-15-4).

Om stralingswarmte tegen te houden, wordt het glas steeds vaker van een dun metaallaagje voorzien. Dit type beglazing heet HR-glas. Het laagje metaal is zo dun dat het nauwelijks waarneembaar is en het laat het zichtbare licht voor het grootste deel door. Hoe effectiever dit metaallaagje werkt, hoe beter de isolatiewaarde. De verschillen in warmte-isolatie worden bovendien bereikt doordat verschillende spouwbreedten al dan niet in combinatie met een andere spouwvulling dan lucht, bijvoorbeeld Argon of Krypton toegepast worden. Om het verschil in werking aan te duiden wordt het HRHR+ of HR++ glas genoemd.
De positie van de coating op de isolerende beglazing wordt aangeduid met een *. Bij een opbouw van 5-15-4* is de coating op het binnenblad van 4 mm aangebracht. De coating wordt aan de spouwzijde aangebracht.
Het is mogelijk om te controleren of er een coating op het glas is aangebracht. Je kan dit doen met specialistische apparatuur zoals een optische coatingmeter, maar het kan ook eenvoudig. Door simpel een vlammetje bij de ruit te houden wordt de weerspiegeling van vier vlammetjes duidelijk. Elke zijde van beide glasbladen weerspiegelt namelijk het vlammetje. Van de vier weerspiegelde vlammetjes moet één van de vlammetjes een afwijkende kleur hebben. Dit duidt op de aanwezigheid van een coating. Echter de aanwezigheid van een coating zegt helaas nog niet of de isolatiewaarde van het isolerend dubbelglas daadwerkelijk overeen komt met die van HR++ beglazing.

Wijziging HR-classificatie

Voor 1 juli 2008 was er nog geen verwarring over het classificeren van isolatieglas. Iedere producent van isolerende beglazing hanteerde dezelfde regels voor de classificatie HR, HR+ en HR++. Per 1 juli 2008 is de HR-classificatie gewijzigd voor producenten die leveren met een KOMO-keur. Vanaf deze datum wordt ingedeeld op basis van de daadwerkelijk behaalde isolatiewaarde van de desbetreffende ruit. De isolatiewaarde wordt uitgedrukt in de U-waarde. De U-waarde (eenheid: W/m2K) geeft aan hoeveel warmte er per vierkante meter en per graad temperatuurverschil tussen beide zijden wordt doorgelaten. Hoe lager de U-waarde, hoe beter de isolatie.

Nu kan er een discussie ontstaan over het wel of niet ontvangen van HR++ beglazing. Niet iedere producent werkt volgens het KOMO-keur waardoor er verschillen zijn ontstaan in de toepassing van de HR benamingen (deze producenten hoeven immers niet te voldoen aan de nieuwe HR-classificatie). Wij zullen dit onderstaand proberen te verduidelijken.
De classificatie HR++ geldt sinds 1 juli 2008 alleen nog voor beglazing met een spouw van 15 mm. In bepaalde gevallen, zoals bij houten deuren en ramen, is het vaak niet mogelijk om een spouw van 15 mm (HR++) toe te passen. Er is simpelweg geen ruimte in het kozijn voor een 24 mm dikke isolerende beglazing. Om toch isolerende beglazing toe te kunnen passen wordt vaak gekozen voor een dunnere spouw van 9-12 mm. Door het toepassen van een dunnere spouw verandert de isolatiewaarde een fractie waardoor de beglazing niet meer voldoet aan de HR++ classificatie en als HR+ aangeduid wordt. Om het voor de klant overzichtelijk te houden blijven wij deze beglazing met een spouw als HR++ aanduiden. De opbouw (m.u.v. de spouwdiepte), coating en spouwvulling blijven immers gelijk. Een andere, vrij ingrijpende, mogelijkheid is het schoonzagen van de sponning en aan beide zijden een nieuwe glaslat te plaatsen waardoor bredere beglazing kan worden toegepast.

HR-classificatie in cijfers:

 HR-
klasse 
Isolatiewaarde / U-waarde  LTA  ZTA

Spouwbreedte
HR beglazing 

HR 1,6 W/m2K  ≤ U-waarde ≤  2,0 W/m2 ≥ 70%   ≤ 7 mm
HR+ 1,2 W/m2K  ≤ U-waarde ≤  1,6 W/m2K ≥ 70%   9, 12 mm
HR++ U-waarde ≤  1,2 W/m2K ≥ 70%   ≥ 13 mm
ZHR++ U-waarde ≤  1,2 W/m2K ≥ 60% ≤ 40% ≥ 13 mm

 

 

 

 


 

 

De wijzigingen op een rij:

HR++ 4-6-5 gas gevuld => HR 4-6-5
HR++ 4-8-5 gas gevuld => HR+ 4-8-5
HR++ 4-9-5 gas gevuld => HR+ 4-9-5
HR++ 4-12-5 gas gevuld => HR+ 4-12-5
HR++ 4-15-5 gas gevuld => HR++ 4-15-5

 

 

 

 


 In de basis bestaan er 4 soorten isolerende beglazing:

  • Dubbel glas standaard
  • Dubbel glas HR
  • Dubbel glas HR+
  • Dubbel glas HR++

Dubbel glas standaard

Standaard dubbel glas behaalt bij een opbouw van 4-12-5 een U-waarde van ca. 2,8 W/m2K.
De glasbladen zijn niet voorzien van een coating en de spouw is gevuld met droge lucht.

Dubbel glas HR

HR glas heeft een U-waarde van 2,0 tot 1,7 W/m2K.
Eén van de glasbladen is aan de spouwzijde voorzien van een coating en de spouw is, net als bij standaard dubbel glas, gevuld met droge lucht.

Dubbel glas HR+

HR+ glas heeft een U-waarde van 1,6 tot 1,3 W/m2K. 
Eén van de glasbladen is aan de spouwzijde voorzien van een coating en de spouw is (meestal) gevuld met een edelgas, veelal argon.

Dubbel glas HR++

HR++ glas heeft een U-waarde van 1,2 W/m2K of lager.
Eén van de glasbladen is aan de spouwzijde voorzien van een coating en de spouw van 15 mm is gevuld met een edelgas, veelal argon.
De modernste soorten HR++ beglazing (5-15-4 met argongas) behalen inmiddels een U-waarde van 1,0 W/m2K volgens de norm EN 1279. 

Dubbel glas ZHR++ Zonwerend

Dubbel glas kan ook zonwerend zijn. De metaallaagjes zijn dan dikker en uit meerdere metalen opgebouwd. De zontoetredingsfactor (ZTA) kan dan teruggebracht worden tot 20 %. De lichttransmissie (LTA) gaat dan echter ook omlaag.

Driedubbel glas

Driedubbel glas, ook wel triple glas genoemd, is een ontwikkeling die van de Scandinavische landen via Duitsland naar Nederland is overgewaaid. Sinds juni 2012 bestaat er voor drievoudig geïsoleerd glas een KOMO® keurmerk uitgegeven door KIWA, namelijk HR3® glas. HR3® glas heeft een U-waarde van 0,7 W/m2K of lager. Drievoudig glas met coatings en gasvulling kan een U-waarde bereiken tot wel 0,4 W/m2K.

< terug

Isoleren = Ventileren

Om vochtproblemen te voorkomen en een gezond leefklimaat in huis te creëren, moet een goed geïsoleerde woning ook goed geventileerd worden. Dit is ook nodig om zuurstof aan te voeren en verbrandingsgassen af te voeren bij gebruik van een gasfornuis of verwarmingstoestel zonder directe aan- en afvoer naar buiten. Als richtlijn geldt dat er per persoon minimaal 25 m3 lucht per uur ververst moet worden, op voorwaarde dat er géén bijzondere vervuilingsbronnen zijn (zoals roken). Vocht in huis slaat neer op koude plekken. Zo’n relatief koude plek heet een koudebrug. Wanneer een isolerende maatregel (zoals HR++ beglazing) wordt toegepast aansluitend aan een niet-geïsoleerde plek (bijvoorbeeld een buitenmuur), dan kan op die laatste plek een vochtprobleem ontstaan. Het is daarom belangrijk om bestaande koudebruggen op te sporen en nieuwe te voorkomen. Controleer de ventilatievoorzieningen in uw woning en verbeter deze zonodig. Op www.woonbond.nl kunt u de Toetslijst Ventilatie aanschaffen. Door deze in te vullen krijgt u een idee hoe het in uw woning is gesteld met de ventilatie. Ook krijgt u verbetertips aangereikt.
Bij de aanschaf van isolatieglas is het daarom goed om na te gaan of uw woning wel voldoende geventileerd kan worden. Indien dit niet zo is, dan is het verstandig om de aanschaf van ventilatieroosters te overwegen. Deze ventilatieroosters worden op het isolatieglas gemonteerd.

< terug

Veel voorkomende klachten bij gebruik van isolerende beglazing

Condensvorming aan de binnenzijde

Condensvorming op glas aan de binnenzijde van een gebouw ontstaat meestal bij een lage buitentemperatuur en een hoge relatieve luchtvochtigheid in de binnenruimte. Het aanwezige vocht in de lucht condenseert dan tegen het (koudere) glasoppervlak. Veel voorkomende situaties zijn: badkamers, keukens en overige vochtige ruimtes.  Indien het kozijn en de beglazing te lang worden blootgesteld aan stilstaand vocht aan de binnenzijde, kan dit op de duur schade veroorzaken. Omdat condensvorming eerder optreedt in situaties waarbij het oppervlak kouder is dan de omgevingstemperatuur is het risico op condensvorming aan de binnenzijde bij glas met een hoge isolatiewaarde erg klein. Bij HR++ beglazing wordt het binnenblad veel minder beïnvloed door de buitentemperatuur en koelt het minder snel af. Echter beglazingen met een lagere isolatiewaarde zoals standaard dubbele beglazing of enkelglas is dit risico veel groter. Met name bij enkelglas koelt het glasoppervlak erg snel af, zodra de buitentemperatuur daalt en zal het vocht in de lucht van de binnenruimte veel eerder condenseren op het glasoppervlak.

Eventuele condensvorming is te voorkomen door goed te ventileren. In bestaande situaties waar bijvoorbeeld een gevel beter geïsoleerd wordt, moet dus goed gekeken worden naar de mogelijkheden om te ventileren. Bij condensvorming aan de kamerzijde is geen sprake van een productiefout.

Condenvorming aan de buitenzijde

Condensvorming aan de buitenzijde kan ontstaan bij een lage buitentemperatuur en een hoge relatieve luchtvochtigheid. Het risico op condensvorming is het grootst in de ochtenduren tijdens het voorjaar en het najaar. De condens verdwijnt zodra de temperatuur stijgt en de luchtvochtigheid afneemt. Eventuele condensvorming aan de buitenzijde van het glas is niet schadelijk voor de beglazing of het kozijn. Door de natuurlijke ventilatie van de wind en een verhoging van de temperatuur zal eventuele condens op den duur verdwijnen en wordt de beglazing en het kozijn niet langdurig blootgesteld aan stilstaand vocht. Daarbij is een buitenzijde van een kozijn altijd afwaterend uitgevoerd om het risico op stilstaand vocht te voorkomen. Het risico op eventuele condensvorming is groter bij beglazingen met een hoge thermische isolatie. Gezien de hoge isolatiewaarde van dit soort beglazingen wordt de temperatuur van het buitenblad slechts in geringe mate beïnvloed door de verwarmde binnen omgeving. Er is dus sprake van weinig warmteverlies door de beglazing. Aan de buitenzijde neemt de kans op condensatie toe, doordat de temperatuur van het buitenblad in bepaalde weersomstandigheden tot onder het dauwpunt daalt (het buitenblad is dan kouder als de buitenlucht zodat het vocht in lucht zich op het koudere oppervlak condenseert). Dit verschijnsel doet zich voor bij autoruiten, maar ook bij het relatief koude buitenblad van de goed isolerende beglazing.

TNO heeft dit verschijnsel in kaart gebracht. Uit onderzoek blijken drie factoren vooral van invloed te zijn op de uitwendige condensvorming. Naast de hoge thermische isolatie, spelen ook een lagere binnentemperatuur en een grotere hellinghoek een rol. Een schuin dakraam heeft vaker condens aan de buitenkant dan een verticaal raam; hoe horizontaler, des te meer condensvorming. Ook als de binnentemperatuur lager is, condenseert er eerder damp aan de buitenkant. Verdeeld over het jaar blijkt de kans op condensatie het kleinst in de winter en het grootst in de zomer.

Condensvorming aan de buitenzijde is geen productiefout maar is juist een gevolg van de zeer hoge warmte-isolatie.

Condensvorming tussen de glasbladen

Als er condensvorming bij isolatieglas aan de binnenzijde van het dubbelglas ontstaat is de ruit lek. De condens is dan niet te verwijderen. Condensvorming aan de binnenzijde van isolatieglas kan ontstaan door achterstallig onderhoud of door een productiefout van de glasfabrikant. Het kan echter ook zijn dat de dubbele ruit aan het einde van zijn levensduur is (gemiddeld na 25-30 jaar). Condensvorming treedt niet direct op bij een lekke ruit. Bij isolerend dubbelglas zit er in de afstand houder/kader tussen het glas een droogmiddel. Dit droogmiddel zorgt ervoor dat tijdens de productie het eventueel aanwezig vocht opgenomen wordt. Bij een lekke ruit zal het droogmiddel het vocht opnemen uit de binnengekomen lucht. Pas als het droogmiddel verzadigd is zal er condensvorming optreden tussen de glasbladen. Deze condensvorming zal op den duur zorgen voor een onafwisbare grauwwaas, aanslag of aantasting van de glasbladen aan de spouwzijde van de ruit.
Er is geen manier om lek isolerend dubbelglas te repareren. Een lekke ruit dient vervangen te worden door een nieuwe ruit. Naast het belemmeren van het doorzicht zal een lekke ruit ook voor een slechtere thermische isolatie zorgen. Gebouwen met veel lekke ruiten krijgen te maken met hogere stookkosten. Indien isolerend dubbelglas binnen 10 jaar na de productiedatum lek raakt, dan kan er eventueel aanspraak gemaakt worden op de 10-jaar productgarantie die de meeste producenten op hun isolerend beglazing geven. Hiervoor dient u de garantievoorwaarden te raadplegen. In het algemeen staat op de afstand houder van het isolatieglas de productnaam en de productiedatum van het isolerend dubbelglas vermeld.

Kleurvlekken (interferentie)

Als er op (isolatie)glas "olievlekken" ontstaan is er sprake van interferentie. Wanneer er op het glas gedrukt wordt verplaatst de vlek zich. Dit is geen productiefout maar een natuurkundig verschijnsel. Dit wordt bij een bepaalde lichtinval zichtbaar als olieachtige vlekken.
Deze interferentie komt vooral voor bij beglazing waarvan het binnenblad en het buitenblad van gelijke dikte zijn. Het is daarom aan te bevelen om te kiezen voor een ongelijke samenstelling (bijvoorbeeld 5-15-4). 

Kleurbeleving van isolatieglas

De kleur van isolatieglas is mede afhankelijk van de dikte die wordt toegepast. Voor grote ruiten worden dikkere glasplaten gebruikt, hierdoor kan er een minimaal kleurverschil mogelijk zijn. Bij HR++ isolatieglas kan er tussen de producten van verschillende fabrikanten kleurverschil zitten. Dit komt door de verschillende coatings die worden toegepast. Bij breuk of vervanging van een ruit kan het beste HR++ isolatieglas van dezelfde fabrikant worden toegepast, hierdoor is de kans op kleurverschil klein.

< terug

Gewicht van glas

Bij het monteren van het glas moet u ook rekening houden met het gewicht van glas. Glas weegt ca. 2,5 kg/m2 per mm dikte. Een enkel raam van 4 mm dik weegt dus ca. 10 kg per m2. Een dubbel raam met samenstelling 5-spouw-4 (= 9 mm glas) weegt ca. 22,50 kg per m2. De kozijnen, ramen, constructie en hang en sluitwerk moeten dit gewicht wel kunnen dragen.

< terug

Garantie

Meer informatie over de garantie kunt u vinden op de pagina Garantie en Klachtenafhandeling.

< terug

Inmeet- en montagehandleiding beglazing

Meer informatie over het inmeten en de montage van beglazing kunt u vinden op de pagina Inmeet- en montagehandleiding beglazing.

< terug